Midzomernachtsdroom of midzomernachtmerrie?


Een paar weken geleden lag er plotseling een bootje op ons strandje. Het was zo'n zeldzaam zwoele nacht. Het water glad als een spiegel, zo warm dat je nog laat zonder jas buiten kon zijn. Toen ik de volgende ochtend ging zwemmen en de eigenaar van het bootje aan de koffie zag zitten vertelde ik hem dat ik wel een beetje jaloers op hem was. "Ik woon hier zo vlakbij, maar eigenlijk is het een droom van me om echt aan het water te slapen".

"Dan zet je toch gewoon een tentje neer?" zei hij. En inderdaad, waarom deed ik dat niet? Ons strandje is een levend iets, soms ligt het meer naar links, dan weer naar rechts, er is zelfs een zomer geweest dat er amper een strandje was, maar nu lag er al een tijdje een vrij breed stuk strand.


Ja, waarom deed ik het niet gewoon? Soms heb je van die dromen als zwemmen met dolfijnen, of een zomer lang richting de Noordkaap reizen, die zijn er voor 'ooit'. Maar er zijn ook veel dromen die veel simpeler zijn. Die je gewoon alleen moet DOEN. En dus bedacht ik dat ik deze midzomer zo gaan kamperen op het strandje. De nacht van dinsdag op woensdag, want woensdag was ik vrij. Dat was dan nog wel niet echt midzomer, maar ik zou wel de midzomerzon zien opkomen. Ik had er al een hele tijd kriebels van in mijn buik. Het leek me zo leuk, zo'n avontuur!



Dinsdagochtend was ik helemaal blij, vanavond zou het gebeuren. Tijdens mijn ochtendduik lag het strandje er nog prima bij. Dat het wel heel hard waaide, negeerde ik maar een beetje. Ik was vroeg begonnen met werken om de ergste hitte op mijn kantoor voor te zijn en er was veel te doen.

Toen ik om 4 uur de computer uitzette en naar het strandje liep, toen was het wel even een domper.
Help! De helft van het strandje is onder gelopen.


Wat je niet op de foto ziet is de wind. Het waaide flink. Pal vanaf het water. Flinke golven met schuimkoppen rolden over het strandje. 


Erg vredig was het niet en ik dubde. Wat zou ik doen? Het tentje op de dijk is echt geen optie, dat is veel te scheef. Ik zou het kunnen uitstellen. Maar ja, van uitstel komt afstel en ik had me er zo op verheugd. Bovendien. Er was nog best een reepje strand dat wel goed was. Wat zou me kunnen gebeuren? In het ergste geval zou de tent onderlopen en dan was ik in tien passen weer thuis. Ik zou er gewoon voor gaan.



En zo togen Joost en ik na het eten naar het strand. We maakten een stukje recht, veegden de meeste schapendrollen aan de kant. Ik zette mijn tentje op, nog best een klus in die harde wind, haringen houden natuurlijk niet in de schelpen, dus we zetten de tent vast met stenen en dekten de zijkanten af met schelpen zodat het ergste geflapper voorbij was. 


Ik haalde een matras en zeilde de dijk over.


En we bouwden samen forten, terwijl de meiden binnen druk aan het studeren waren. Een beetje omgekeerde wereld?


Met een emmer haalde ik schelpen om een dijk om de tent te bouwen, versterkt met wier. 


Wat een uitzicht!


  

Maar ook wel een beetje spannend. Want die wind maakte best wat herrie. De golven kwamen al tot aan de rand van de 'dijk' en het opspattende water maakte de tent (en ons) nat. De tent hing scheef en het doek flapperde en klapperde.

Soms heb je dat met dromen, ik had zo'n heel beeld gecreërd, van ik, op het strandje, onder de sterren, spiegelglad water, stilte, rust en zen. De werkelijkheid was anders: lawaai, zwart water vol zeewier, een tentje dat het maar amper hield en de spanning over hoe het de nacht zou doorstaan. Anders dan mijn droom, maar misschien zelfs wel beter nog, want: Avontuur!


Kijk maar hoe hard het waaide.





Ja hoor, ik ben blij als een ei.


De zon ging onder achter de dijk. Het vuur werd aangestoken. We schonken een wijntje in en pelden pistachenootjes en we lachten om onszelf.



Een flinke golf en mijn tentje zou in een meertje komen te staan. Nu al werden onze konten nat omdat het water onderlangs door de schelpen liep.


Maar hee, het was verder een prachtige avond. De zon ging onder, maar het werd niet echt donker.


Wij keken in het vuur en genoten.









Toen het donker was, ging Joost naar huis. Hij wilde wél slapen ;) en ik vond het heerlijk zo'n eigen avontuur. Kijk maar hoe blij ik was:







Van slapen kwam het niet. Ik lag heerlijk en voelde me een expeditiereiziger. In die boeken over mensen die de noordpool overgaan lees je dat dan, hoe ze hun tentje neerzetten in de wind en over de herrie in de nacht. En een herrie was het, die golven in de schelpen, de spetters op de tent. Mijn tentje schudde en alles werd klam. Af en toe checkte ik of ik nog niet echt in een meertje lag, maar nee, so far so good. 

Kennelijk was ik toch in slaap gedommeld, want om 5 uur schrok ik wakker van de wekker. Ik moest even nadenken, waar was ik? De rare dromen over wegdrijvende huizen en vlotten vervaagden toen ik naar buiten stapte en om me heen keek. We hadden het gered, het tentje en ik!


De lucht werd roze en oranje en ja hoor! Om 5.19 was daar de zon!



Zie je 'm?


 

Met een blij hart en een wattig hoofd klom ik de dijk over en rolde me in een dekentje op de bank. Wat een heerlijke rust hier binnen. Nog even een uurtje slapen, voor de kinderen op gingen staan....

6 comments:

Inge said...

Wauw wat gaaf...
Mooi dat je je de dingen doet waar je blij van wordt...
Kunnen veel mensen nog iets van leren waaronder ik !
Bedankt voor je mooie blogs!

Anonymous said...

Wat een leuk avontuur en wat heb je er een leuke blog over geschreven!
Ik wens je nog veel mooie avonturen!
groeten, Benedicte

Anonymous said...

Waw, je bent zo'n inspiratiebron!!
Marjolein

Willy said...

Super, Jolanda!

Conny said...

Leuk hoor! Doet me denken aan onze kampeervakanties in Canada, Alaska en USA. Krijg er meteen weer zin in....

Anonymous said...

Je bent een geweldige vrouw, met zoveel levensvreugd.
Een voorbeeld voor velen.

Yvonne

Dit vinden anderen leuk nu