Beetje voorjaar

De zon schijnt op de rozen en de blauwe druifjes.
Een beetje lente in huis.
En vooral die blauwe druifjes zijn mooi, als je er eens goed naar kijkt. Ieder 'druifje' is een klein bloemetje op zich.














Compliment

Geen zin om te koken.
Gelukkig heb ik nog zuurkoolschotel in de vriezer.

Helaas ben ik de enige uit het gezin die dat lekker vindt. Joost besluit voor hem en de kinderen wat anders te koken.

Ik kijk kennelijk een beetje sipjes aan tafel, want opeens zegt Isa:

"Mam, als ik het lustte, had ik jouw eten ook vast heel lekker gevonden!"

Langer licht

Nog steeds niet fit.
Toch maar focussen op het mooie.

Dat ligt zomaar voor het oprapen. De zon gaat onder.

En wel een heel klein beetje later, iedere dag weer.

Vorige week was zonsondergang nog om 17.10, vandaag is dat om 17.23. Dat is toch mooi bijna een kwartier! En ook 's morgens krijgen we er tijd bij. De afgelopen week zomaar 10 extra minuten licht, van 8.34 naar 8.24. Kijk, daar wordt een mens blij van. Ik in ieder geval wel!


Net zoals ik blij word van een toevallige blik op onze sloot. Er ligt weer ijs. Maar ook twee mooie veertjes en een slakkenhuis. Prachtig toch!

Behaard

Rust, reinheid en regelmaat.
Die regelmaat zit er wel weer in, meer dan werken en slapen en kinderen verzorgen doe ik niet.
Met de reinheid zit het ook wel goed, kom zojuist onder de douche vandaan.

En de rust, die kwam mede door lieve Oma Ans, die vandaag kwam oppassen, zodat ik kon uitzieken in mijn bed.

De rust in mijn hoofd kwam door te kijken naar het mooie in het kleine.
Dat was niet zo moeilijk vanmorgen, toen ik naar buiten ging om de meisjes naar school te brengen. De zon kwam knaloranje op, de weilanden waren wit en onze brug was behaard.











Terug in de tijd

Ik heb even helemaal geen zin meer in mijn eigen gesnotter. Lang leve fotootjes. Zomaar een plukje van de zomer van 2005. En oh, wat vliegt de tijd......

And it goes on....

Waarschuwing.
Als je geen zin hebt in gezeur, hou het dan bij de plaatjes....










Na zo'n enorme trip was ik toe aan rust en slaap.
Aan stilte en regelmaat
Aan knuffelen met de kinderen en goede nachten slaap, niet gestoord door harde muziek.

Ik bekeek de foto's en beleefde alles opnieuw. En terwijl mijn ziel achter me aan galoppeerde, op weg terug naar mijn lege hoofd en volle gedachten, kwam er alles behalve rust.

Lotte werd ziek. Het arme kind had oorontsteking. Ze kon niet slapen van de pijn. Huilde en kermde en haar gezichtje vertrok zich van de pijn. Terwijl mijn lijf niets liever wilde dan liggen en slapen, kon ik niets anders dan troosten en wakker zijn. Een pilletje. Een aaitje. Een slokje water. Samen op de bank, haar rechtop proberen te laten slapen. Zelf bijna tollend van de slaap, te moe om uit mijn ogen te kijken.

De dokter kon er niets aan doen "afwachten, dit gaat meestal vanzelf weer over na een dag of 3".

Ik moest ook werken, kon dat niet afzeggen, had al genoeg dagen gemist door India. Maar wat was ik moe.

Donderdag leek ze op te knappen. Van donderdag op vrijdag sliep ze goed. Maar dit weekend zou geen rust brengen. Mijn lieve mama was jarig en had een huisje geregeld om ons op een weekendje weg te tracteren. Ik wist al dat het druk zou zijn, zo vlak na India, maar ik hoopte dat ik het allemaal zou redden. Ik wilde haar ook niet teleurstellen en dit soort weekendjes zijn ook bijzonder en om te koesteren. Dus ondanks dat de dokter anders adviseerde en dat mijn lijf alleen om slaap en rust schreeuwde, gingen we toch op pad.

Het werd een lange rit. De regen stroomde met bakken uit de lucht en zorgde voor aquaplanning. Wat een bizarre ervaring, ik verloor de macht over het stuur en voelde de auto zo wegglijden. Ik dacht dat het een lekke band was en stuurde naar de vluchtstrook. Gelukkig bleef ik kalm, maar ik durfde de rest van de rit niet harder te rijden dan 90. Zo zaten we 3,5 uur in de auto. Ik kon geen synoniem meer bedenken voor het doodopgevoel dat ik had. Toch werd het een gezellige avond. Mijn moeder had lekker gekookt, wij hadden leuke cadeautjes en ik wilde vroeg naar bed. Zou naast Lotte slapen. Maar helaas. Het mocht niet. Lotte had zo'n last van haar oren dat ze alleen maar kon huilen en kermen. Pilletjes, drankjes, niets hielp. We zaten beneden, ik tilde haar op, ik troostte, ik aaide haar over haar vermoeide koppie. De tranen stroomden ook uit mijn ogen. Om 4 uur heb ik haar in de huiskamer gezet en gezegd dat ze maar lekker moest gaan kleuren. Ik kon niet meer, ik moest liggen.

Zo kon ik 3 uurtjes slapen, voor ik wakker werd en Lotte op de bank aantrof. Ik belde met de weekendarts, die ons naar het ziekenhuis in Assen stuurde. Terwijl ik daarheen reed, vroeg ik mezelf af in wat voor nare film ik was beland. Ik bleef alles met grote moeite relativeren, niets aan de hand. Er zijn ergere dingen. Nu krijgen we antibiotica, vanaf nu gaat het alleen maar beter.

De rest van de dag deden we niks, terwijl mijn moeder zich met Isa vermaakte. We aten patatjes op de bank en ik lag om half 10 in bed. En gelukkig, godzijdank, het werd een rustige nacht.
De antibiotica leek aan te slaan. Lotte knapte op. En terwijl mijn hoofd bijna knapte, reed ik de lange rit weer terug naar huis. Om daar naar binnen te lopen, gedag te mompelen en door naar mijn bed te zwalken.

En zwalkend voel ik me nog steeds. Na een dagje rustig aan. Wie heeft er een potje Rust, Regelmaat en Reinheid voor me?

De terugreis

Na de zalig ontspannen dag, pak ik mijn spullen in. Dat is een voordeel van geen bagage hebben: het is zo gebeurd. Ik neem een douche en hoor de muziek van de bruiloft hard aanzwellen. Vanuit het raam zie ik dezelfde rituelen als gisteren, alleen is deze familie waarschijnlijk rijker: overal staan bloemen, de jurken zien er nog sjieker uit en de tafels met eten zijn nog rijker gevuld. Als ik tegen een uur of 11 toch echt wil gaan slapen, het is immers vroeg dag morgen, merk ik al snel dat dit een onmogelijke missie is. Ik tril bijna mijn bed uit.

Ik vraag bij de receptie tot hoelang dit gaat duren. 12 uur, zo zeggen ze, maar pas tegen 1 uur houdt de harde muziek op, om over te gaan in getimmer en gesleep met stoelen en tafels. Ook hoor ik gezang, aanzwellend en weer rustiger, het klinkt bijna sprookjesachtig. Inmiddels heb ik van wc-papier proppen in mijn oren gemaakt, want ik-wil-zo-graag-nog-even-slapen....
Toch zie ik het nog drie uur worden op mijn telefoon.

Ik schrik dan ook op van het geluid van de wake up call. Nog slaperig stap ik mijn bed uit, onder een koude douche. Ik pak mijn spullen en stap in de klaarstaande taxi. Voor de zekerheid bevestig ik nogmaals de prijs en vraag hoe lang het ongeveer duurt. Een uurtje of 2. Mooi, dan ben ik ruim op tijd. Het is nog pikdonker als we op weg gaan. Even later begint het te regenen, eerst kleine druppeltjes, maar al snel komt het met bakken uit de lucht. De autoruiten beslaan allemaal in no time. De chauffeur veegt iedere keer met zijn mouw de voorruit schoon. Felle bliksemschichten verlichten zo nu en dan de weg. Die weg zit vol gaten en bobbels en omdat er aan gewerkt wordt, is er iedere paar honderd meter een wegomlegging. Iedere keer schrik ik me weer rot als de auto net op tijd de weg afstuurt en de roodwitte afzettingsborden op een haartje na mist. Ook valt me op dat zo'n 1 op de 10 auto's zonder licht rijdt, net als de fietsers, wandelaars en zelfs een koe. Het is een dodemansrit. We zien geen hand voor ogen, de chauffeur is inmiddels ook behoorlijk gespannen en ik kijk iedere keer op de klok om te zien hoe lang we nog zouden moeten. Als we ruim anderhalf uur onderweg zijn, begint het een beetje te schemeren en wordt het langzaam licht. Het vliegveld nadert. Dit heb ik overleefd. Ik zucht. Wat een begin van de terugreis.

Op Amritsar Airport check ik in, voor de zekerheid vraag ik nog even naar mijn koffer. Ook al werd me gisteren aan de telefoon bevestigd dat deze op Delhi Domestic Airport op me stond te wachten. Je weet immers nooit. En inderdaad. Ik moet wachten, er komen verschillende mensen naar mijn formulier kijken. Als ik zeg dat ik moet boarden, mag dat niet. Ik moet nog langer wachten. Mijn koffer staat toch hier, ze zijn 'm aan het zoeken. Als ik na nog een half uur wachten weer iemand aanspreek en zeg dat ik mijn vlucht zo dreig te missen, komt er opeens beweging. Iemand rent, nog iemand snelt vast met me mee, en daar is de koffer. Verschillende mensen lopen met me mee, de bus in, naar het volle propellorvliegtuigje, waar de koffer nog net in een extra kastje past en ik een flesje zout limoenwater in mijn handen gedrukt krijg.

Mooi, die heb ik weer terug! Denk ik blij. Op naar Delhi. Ik zwaai stiekem naar de velden onder me en kijk naar de wolken. Vliegen blijft een wonder. De vlucht verloopt soepel, op de kleine vertraging na, die waarschijnlijk door mijn koffergedoe is ontstaan. Hierdoor heb ik wel wat meer haast in Delhi, maar ik hoef daar niet meer op mijn bagage te wachten en kan al snel in de bus van de domestic naar de international airport. Grappig om te merken hoe snel je gewend raakt aan een ander land. De route komt me helemaal niet meer bevreemdend over, terwijl ik op de heenweg nog verbaasd was over alle andere dingen.

Bij het grote vliegveld blijkt dat ik mijn koffer helaas toch in moet checken. Daarvoor staat een lange rij. Maar deze rij is bij lange na niet zo lang als datgene wat ik daarna aantref. Na de paspoortcontrole is er een hal, waar de security controle plaatsvindt. Er zijn 3 poortjes, met x-ray apparatuur. Voor die poortjes zijn enorme menigten samengepakt. Een rij is het echt niet meer te noemen. Dit zijn honderden, duizenden mensen bij elkaar, die elkaar bijkans plat persen. Ik kijk op het bord. Mijn vlucht vertrekt over een uur. Ik zucht en sluit me aan in de menigte. Er is geen beweging in te ontdekken. Ik klamp daarom ieder uniformpje aan en wapper met mijn boarding pass. Maar van iedereen krijg ik nul op het rekest. No problem. Ik moet gewoon aansluiten. De vlucht zal niet zonder mij vertrekken, beloven ze. Ik word iets brutaler en met behulp van een vriendelijke man, dring ik wat voor. Tot ik echt klemvast sta. Er begint iemand te schreeuwen in de menigte. Er breekt een lichte paniek uit. Een afzetting, van een paal met een rolbandje knapt en de menigte komt in beweging. Er worden mensen onder de voet gelopen. Ik sta nog meer in de verdrukking. Zie de tijd wegtikken. Nog een kwartiertje en mijn vliegtuig vertrekt. Ik wapper nog duidelijker met mijn boardingpass en dan word ik eruit gepikt. Moet mijn tas en rugzak afgeven aan een 'mannetje' en zelf door een poortje lopen. Achter de gordijnen word ik gefouilleerd. De vrouw vraagt me vriendelijk hoe het gaat. Ik knik vermoeid "tired". Zij kijkt nog vermoeider. "Me too". Ik bedenk dat het voor mij eenmalig is, maar dat dit haar dagelijks werk is. Ik moet niet zo zeuren. Maar als ik aan de andere kant van het poortje mijn tassen niet zie verschijnen begin ik toch onrustig te worden. Ik zie die gigantische duwende en trekkende menigte, een enorme berg met bagage. De apparatuur hapert, steeds opnieuw moet de band voor- en achteruit voor er een nieuwe tas, jas of laptop door de scanner kan. Naast me staan meer mensen te roepen. That bag is mine! Ook ik schreeuw nu mee. "The grey bag!". Ik bedenk dat echt alles erin zit, paspoort, geld, sleutels, telefoon etc. Na een minuut of tien komen dan eindelijk mijn tassen tevoorschijn. Ik snel naar de gate, waar het vliegtuig inderdaad vertraagd is. Maar goed. Ik zit. Dit vliegtuig gaat me naar Europa brengen. Het is vol, maar ik zit naast een slank Indiaas meisje, aan het gangpad. Straks kan ik lekker een filmpje kijken, een boek lezen en mijn gedachten de vrije loop laten gaan. We moeten nog meer dan een uur in het vliegtuig wachten voor we eindelijk kunnen vertrekken. Zo raar, nog maar een paar dagen geleden maakte ik de vlucht de andere kant op. Nu is er zoveel gebeurd, zoveel meegemaakt, zoveel indrukken. De vlucht verloopt prima, al is het enigszins frustrerend om de piloot anderhalf uur voor de landing om te horen roepen dat je als je links uit het raampje kijkt Amsterdam heel mooi kunt zien liggen. Bovendien zit ik niet eens bij het raam.

Voor we kunnen landen, moeten we heel wat rondjes vliegen. Het is druk. Alle mensen zijn dan ook erg blij als de wielen de grond raken. Het merendeel van de passagiers is Indiaas, veel Engelssprekend. Al voor we stil staan, staat iedereen en pakken ze druk hun tassen en jassen. De captain maant iedereen om weer te gaan zitten. Dat duurt een minuut of 5. Er klinkt gemorrel. We willen eruit. Ik denk weer aan mijn vervolgvlucht. Moet nog naar een andere terminal, we hebben al vertraging, ik heb niet zoveel tijd meer. De captain roept om dat er problemen zijn met de slurf en vraagt om geduld en medewerking. Zo zitten we nog een uur, terwijl de technische staf het een en ander aan het repareren schijnt te zijn. Eindelijk mogen we eruit. Ik loop zo snel ik kan naar de transferbalie, waar ik mijn boardingpass laat zie en roep: "Amsterdam!". Ik word naar de andere terminal gestuurd, waar het ook nog een heel eind lopen is. Ik realiseer me direct dat mijn bagage dit wederom niet gaat redden, maar dat is voor latere zorg. Ik ben blij als ik de blauwe pakjes van de KLM zie en Amsterdam op de monitor laat staan. Ik vraag of ik nog een andere boardingpass nodig heb, want dat hadden ze me verteld in Amritsar. Ze kijkt naar mijn ticket. Kijkt nog eens naar mij, kijkt nog eens naar het ticket en zegt dan: Dit is geen ticket voor de KLM, dit is een vlucht van BMI. Die vertrekt van een andere terminal. Dat ga je nooit meer redden. Ik denk dat je er heen moet en moet proberen of je met de vlucht morgenochtend mee kan.

Ik kijk haar verbaasd aan. Dit moet een misverstand zijn. Ik vloog heen ook met KLM, ik werd deze kant op gestuurd. Maar inderdaad, op de boardingpass staat BMI. Ik word eerst boos, maar dat helpt niks. Dan gooi in het over een andere boeg. Het kost me geen moeite om in tranen uit te barsten. Het meisje wil me wel helpen: ik kan je proberen een nieuw ticket voor deze vlucht te verkopen. Dat gaat zo'n 270 pond kosten. Eerst weiger ik. Ik kan hier niets aan doen, ik ga geen extra kosten maken. Maar als blijkt dat dit de laatste vlucht is van vanavond en hij ook op het punt staat te vertrekken, kies ik eieren voor mijn geld en boek de vlucht.

Met natte wangen stap ik in. Inmiddels ben ik al zo'n 20 uur onderweg, ben ik doodop en wil ik gewoon naar huis. Bovendien heb ik honger, is het laat en vind ik er niks meer aan.

Het is tegen 23 uur als ik op Amsterdam land. Mijn bagage blijkt inderdaad kwijt, maar mijn 'oorspronkelijke' BMI toestel is nog niet geland, die heeft vertraging. De dame aan de balie vraagt of ik daarop wil wachten, maar ik leg uit dat ik nu alleen nog maar naar huis wil. We regelen de formulieren en ik koop een treinkaartje.

Op Centraal Station bel ik Joost terwijl mijn telefoon zwaar in het rood staat, mijn batterij oplader zat immers gewoon in mijn koffer. Ik vertel dat ik eraan kom en eet een klef patatje. De trein staat klaar, ik ga vast zitten, maar niet voor ik iemand anders gevraagd heb of deze trein wel echt naar Hoorn gaat. Ze lacht een beetje om mijn wantrouwendheid. En ik zeg: "Ja, normaal ben ik ook niet zo wantrouwend, maar vanmorgen zat ik nog in India en sindsdien is alles misgegaan wat kon misgaan." Ze kijkt me een beetje vreemd aan, vindt me maar een raar mens denk ik en duikt weer in haar boek.

En ik kijk uit het raam. Naar huis, naar huis, naar huis! Joosts wacht me op bij het station en ik vlieg in zijn armen. Ik ben moe, maar kan niet slapen. Heb zoveel te vertellen, maar kan niet praten. Ik kus de kinderen, neem een douche en probeer te slapen. Maar dat lukt pas een tijd na 2 uur 's nachts.

Dagje rust in India

Na alle hectiek was er gelukkig tijd en ruimte voor een dagje rust. De zon brak zowaar door en bij het zwembad dronken we thee en koffie en keken we terug op de dag van gisteren.

's Middags pakten we de taxi naar het nabijgelegen Jalandhar, om geld te pinnen en nog 'iets van India' te zien.

En dan zit ik toch wel weer echt te genieten hoor. Zo'n taxi, die als half omgebouwde tempel rondrijdt. Een stad vol kleur en geur en indrukken. Etalages met andere spullen. Fietstaxi's, tulbanden, schoolkinderen. Een tempel bezoeken, een gesprekje met een vrijheidsstrijder, een patatje bij de KFC.

In het hotel kijken bij de opbouw van de tuin voor een bruiloft vanavond (vlak onder mijn raam...), lachen in het restaurant, waar nog steeds hetzelfde muziekje aanstaat. 4 tonen, een ringtone is nog afwisselender. De 6 obers die ons zeer vriendelijk bedienen (we zijn de enige gasten) snappen niet dat we liever wat meer variatie hebben in de muziek.
De obers doen het sowieso op hun eigen manier. Bij het ontbijt bestellen we bijvoorbeeld allemaal een eitje. Er verschijnt een schaal met daarin drie eitjes. Als we er om nog 1 vragen (4 people, 4 eggs?), komt er nog een schaaltje, met weer 3 eitjes. Kennelijk staat dat mooier, ofzo.

Het is een heerlijk ontspannen dag, echt wat we allemaal nodig hebben. Ik besluit op tijd naar bed te gaan, want morgenochtend is het vroeg dag voor mij. De taxi staat om 6 uur klaar, ik ga om 5.30 opstaan. De thuisreis komt er bijna aan.












De bruiloft - vervolg

De tempelceremonie was bijzonder. Anders dan ik me had voorgesteld, maar wel erg bijzonder. De hele familie zat om het bruidspaar heen, op de grond. De vrouwen en kinderen aan een kant, de mannen aan de andere kant. Echt te volgen was het niet, ook niet voor Karijn en Minu, maar ze werden erg geholpen door de familie die ze liet zien wanneer ze moesten knielen en hun hoofd naar de grond moesten brengen, wanneer ze moesten staan, wanneer ze weer moesten zitten. De vader van Karijn en de oudste oom van Minu verbonden het echtpaar met een sjaal, waarin zij eerst wat roepies knoopten. Vervolgens moesten ze een aantal keer rondom 'de spreekstoel' lopen. Minu voorop, Karijn erachter aan, met de sjaal tussen hen in. Er was gezang, er was een 'orkestje' met een soort harmonica-achtige pianootjes. En er klonk regelmatig een ringtone, waarop een van de mannen opstond om achteraf een telefoongesprek te voeren. Zo heilig was het allemaal niet. Er was een grote camera met fel licht, die de hele ceremonie filmde. Toen de stroom even uitviel was het plotsklaps schemerig, maar snel zetten een paar mannen de deuren open, want het filmen moest doorgang blijven vinden.

Ondertussen knoopten de vrouwen van de familie steeds gesprekjes met me aan, ze aaiden me over mijn arm, knikten en glimlachten naar me. Legden me uit wanneer ik moest zitten, knielen en staan.

We kregen een soort kleffe deegbal, nog even uitgeknepen door de 'priester', ik proefde een stukje, onder toezicht van alle glimlachende vrouwen. Maar ik gebruikte mijn ziekzijn om het kleffe gevaarte door te geven aan een nicht van Minu. Wees naar mijn buik. "Sorry, ill".

Een groot opschrijfboek kwam erbij, de namen opgetekend en toen was het opeens plotseling afgelopen. Iedereen feliciteerde elkaar. De oudste oom van de familie verzekerde me op strenge toon dat Karijn nu altijd onder zijn toezicht zal vallen "when there is problem, I will help her, forever and ever. She's now my res-pon-si-bi-li-ty!" Het klonk bijna als een dreiging, maar hij bedoelde het goed en ik glimlachte maar vriendelijk.

In een met bloemen versierde auto gingen we terug naar Milans Palace, waar voor de deur een geweldig orkestje stond. Prachtige kleding, trompetjes, trommels. Iedereen danste en de muziek klonk zo vrolijk en blij. Binnen stonden de schalen met eten al klaar. Voor het podium stonden rijen met plastic stoeltjes. Op het podium twee grote tronen. De muziek stond al aan. Lekker hard. Knalhard. Toeterend in je oren hard. Het feest barste los. Optredens van Punjabidansers, eten, veel eten, muziek, veel muziek, maar allemaal met dezelfde melodie. Af en toe een stoomstoring die voor een weldadige rust zorgde. Mijn hoofdpijn was niet klaar voor de Indiase feestvreugde. Kleine gesprekjes met iedereen, felicitaties. Ik viel helemaal niet uit de toon in mijn spijkerbroek. Was zeer modern. Karijn en Minu namen plaats op de troon, om vervolgens meer dan een uur lang gefilmd te worden. Felle lampen belichtten het schouwspel, een lange rij van familieleden vormde zich, die om de beurt bij de tronen kwamen staan voor een statieportret. Duidelijk toonden ze de hoeveelheid geld die ze gaven, allemaal vastgelegd op film. Dat legden ze vervolgens in een doekje op de schoot van Minu en Karijn en dan was het volgende groepje aan de beurt. Ik werd aangespoord om ook in de rij te gaan staan. Maar ja, mijn cadeaus (geen geld) zaten nog in de koffer, die nu ergens tussen Londen en Amritsar was, hopelijk. Ik hield me van de domme en liep glimlachend weer weg, even buiten in de regen staan, waar de muziek ietsje minder hard was.
Maar even later kwam de zus van Minu naar me toe om te vragen waar Almar was. En na een gesprekje kwam Almar naar me toe om te zeggen dat ik toch ook cadeaus moest geven. Uit mijn portemonnee haalde ik toen ook maar roepies, had alleen groot geld, had nog geen kans gehad het om te wisselen in kleinere biljetten. Maar goed, voor het bruidspaar-of de familie van het bruidspaar, want er gingen verschillende verhalen de ronde over wat er met de cadeaus zou gebeuren-. En daar ging ik op de foto, achter de stoel, op de linkerleuning, de rechterleuning. De film draaide overuren.
Intussen werd de muziek nog wat harder gedraaid en vulde de dansvloer zich met feestende familie. Ik danste mee, had een nichtje beloofd met haar te zullen dansen "you and me, we dance, you promise?". Door de lucht vlogen de roepiebiljetjes, die de kinderen van de vloer gristen. Ik werd op het podium getrokken door een broer of neef en samen moesten we meedansen met de dansgroep. Natuurlijk weer achtervolgd door de camera.

Even ontsnapten Hans, Aniek en ik aan de luide muziek en maakten we een kort wandelingetje door de velden achter het feestgedruis. We hoorden de muziek nog bonken, terwijl onze oren tot rust kwamen en de regen ons verkoelde. Schoolkindertjes kwamen voorbij, een kudde prachtige schapen, het was eventjes echt India, groen India.

Het feest duurde de hele middag, muziek, dans, eten, nog meer eten, drank en alle mensen die iedere keer gesprekjes begonnen "do you like India?" Op een gegeven moment leek het of de elastiekjes in mijn gezicht, die zorgden voor de glimlach, knapten en kon ik niet meer. Het was ook tijd om naar het hotel te gaan, ik stapte in de auto en zakte helemaal in. Het was gelukt, ik had de bruiloft meegemaakt en nu hoefde niks meer. Al ving ik allerlei geroezemoes op over andere afspraken, bezoekjes die we eigenlijk nog af moesten leggen, schande voor de familie als dat niet zou gebeuren. Het drong niet echt meer tot me door, ik kon niets meer en we reden weg, naar het hotel. In de auto praatten we nog lang na over het feest, over alle gebeurtenissen, over onze verbazing om de roepies in de tempel. Het was een memorabele dag. Iets om nooit te vergeten.

De bruiloft

De telefoon rinkelt me wakker uit een onrustige nacht. Ik sta op, stap onder de douche en probeer me vervolgens in een Punjabi suit te persen, die Karijn voor me mee heeft genomen. Het past niet, daar ben ik al snel achter als ik met mijn armen hoog in de lucht in de knel sta. Dan maar mijn spijkerbroek aan. Gelukkig met een schoon geleend shirt.

Als ik naar beneden loop, merk ik dat ik me eigenlijk nog maar weinig beter voel. Tranen biggelen over mijn wangen als ik in de lobby op een bankje op de taxi wacht.
In de taxi dommel ik steeds weer in slaap. Mijn gedachten gaan uit naar Karijn, hoe zal zij zich voelen? Ze heeft Jesmin op schoot, hij is in slaap gevallen. Op naar de grote dag.

Anderhalf uur later voel ik me ietsje beter. We komen aan bij Milans Palace. Een echt Indiase trouwgelegendheid. Niet echt een paleis, loods is een beter woord: een grote holle ruimte met betonnen vloer en grote pilaren. Er staan plastic tafels en stoelen. Er wordt druk gekookt op de binnenplaats. In de regen, want het is zwaarbewolkt en regenachtig. We gaan zitten en krijgen zoete thee met melk en broodjes met ei. Ik proef voorzichtig en het lijkt goed te vallen. Er hangt een spanning in de lucht. Vol verwachting op wat gaat komen, maar ook vol onzekerheid. Hoe zal het gaan? Doen we het wel goed? Zal alles gaan zoals gepland?

Karijn wordt door Minu's zus meegenomen, ik heb een taak, ik mag erbij zijn en foto's maken. Achter mijn camera voel ik me veilig en vergeet ik mijn hoofdpijn een beetje. Ik kijk naar Karijn, die langzaam verandert in een Indiase prinses. Prachtig pak aan, die geschilderde polsen en voeten zijn schitterend en beetje bij beetje komen er meer glitters en sieraden uit doosjes tevoorschijn. Het is een hele klus, maar dan is ze er klaar voor. Klaar voor de tempel.

Waar ik me van tevoren een bijna meditatief ritueel had voorgesteld, want hee, India is toch het land van meditatie en op zoek naar jezelf, blijkt het tempelritueel (net als de andere rituelen) toch weer anders dan verwacht.

We doen onze schoenen uit, krijgen hoofdbedekking en nemen plaats in de tempel. Op de grond, tussen de familie van Minu. Iedereen glimlacht naar me, niemand lijkt gelukkig aanstoot te nemen aan mijn spijkerbroek. Een orkestje speelt muziek. Het hele gebeuren gaat een beetje in een waas aan me voorbij. Maar wat opvalt is dat er overal geld bij komt kijken. Niets hoogheilig Zenachtigs, maar harde roepies. Roepies voor het orkestje, roepies voor de priester, roepies ronddraaiend om de hoofden van Minu en Karijn. Roepies in een slinger om Minu. Het voelt een beetje raar, maar ik bedenk me ook dat in een land als dit welvaart en financiele voorspoed natuurlijk van essentieler belang is dan innerlijke rust. Innerlijke rust is een luxe. Iedere dag eten op de plank, een dak boven je hoofd, dat is wat telt. Maar toch voelt het raar, al die aandacht voor het geld, want ik gun ze liefde en geluk.

-wordt vervolgd-

























De laatste blogs

Dit vinden anderen leuk nu